Aanleiding

Bij de evaluatie passend onderwijs in 2020 heeft het Ministerie een verbeteraanpak gepubliceerd. Elk jaar vindt in de Tweede Kamer een debat plaats over de voortgang van deze verbeteraanpak. In mei jl. verscheen hierover een Kamerbrief. Naar aanleiding van deze brief vond op 29 mei jl. een Kamer(commissie)debat plaats.

Achtergronden

De minister concludeert dat er door de scholen flinke stappen zijn gezet om meer mogelijkheden te bieden in de extra ondersteuning van leerlingen. Zo vindt bijvoorbeeld uitvoering plaats van het plan van aanpak voor (hoog)begaafdheid en geeft het Experiment Onderwijszorgarrangementen (OZA) ruimte voor creatieve mogelijkheden van maatwerk.

De verantwoordelijke bewindslieden concluderen in bovengenoemde brief tegelijkertijd, dat de druk op het stelsel van passend onderwijs groot is. De bewindslieden noemen o.a. het aantal thuiszittende kinderen, het leerlingenvervoer, het lerarentekort en de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs. Dit plaatst het onderwijs voor grote uitdagingen.

Hoofdpunten uit het debat

Samengevat ging het bovengenoemde debat vooral over de volgende punten:

  1. Wachtlijsten:
    Er is grote bezorgdheid over de lange wachtlijsten voor het (gespecialiseerd) onderwijs en binnen Jeugdhulp. Veel kinderen krijgen door de wachtlijsten niet  op tijd de benodigde ondersteuning. De overheid werkt aan het verspreiden van praktijkvoorbeelden over tussenvoorzieningen en het beter stroomlijnen van aanmeldprocedures.  
  2. Thuiszitters:
    Het aantal thuiszitters is een groeiend probleem. Het debat richtte zich vooral op de achterliggende problematiek en op de mogelijke oplossingen om kinderen weer naar school te krijgen. Het ministerie werkt aan een wetsvoorstel verzuimbestrijding, meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk in onderwijsaanbod, ook voor niet-ingeschreven kinderen
  3. Inclusief onderwijs:
    Voor het ontwikkelen van een inclusieve inrichting van het onderwijs is het belangrijk om de basisondersteuning op de scholen te borgen. Dit wordt gezien als fundament voor inclusief onderwijs.
  4. Ontschotting onderwijs en jeugdhulp:
    Er is opnieuw gepleit voor betere samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp om de ondersteuning voor kinderen effectiever aan te pakken. Er wordt geëxperimenteerd met onderwijszorgarrangementen. Op de langere termijn moet er een geïntegreerd plan van de Ministeries van OCW en VWS komen om de keten kinderopvang-onderwijs-zorg te versterken.

In het Ondersteuningsplan  zijn bovengenoemde punten al benoemd. We zullen de scholen via volgende nieuwsbrieven informeren over de impact van deze ontwikkelingen voor Berséba en onze aangesloten scholen.