Kinderen met autisme zien overal puzzelstukjes. Zij zien meer de bomen dan het bos. Het kost hen daarom tijd om aan deze puzzelstukjes betekenis te geven. Daar kunnen wij hen bij begeleiden, namelijk door duidelijk te zijn op de 5 O’s. Vertel het WAT, HOE, WAAR, WANNEER en WIE.

In de basiscommunicatie is het volgende belangrijk:

  • Spreek concreet en kernachtig.
  • Gebruik woorden die je kunt tekenen.
  • Gebruik korte zinnen.
  • Eén boodschap tegelijk.
  • Spreek in uitroeptekens; dus stellen in plaats van vragen.
  • Spreek zwart – wit.

Lees meer informatie via de PowerPoint: