Elke school heeft de opdracht om iedere leerling die aangemeld is, een passende onderwijsplek te bieden. Dit heet zorgplicht. Een passende onderwijsplek sluit aan bij de mogelijkheden van een kind en is het liefst zo dicht mogelijk bij huis. De school krijgt van het Rijk en van Berséba geld om ondersteuning aan leerlingen te kunnen geven.

Het proces om tot deze ondersteuning te komen, is vastgelegd in bijlage 3 bij het ondersteuningsplan. Deze bijlage beschrijft de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband. Kort gezegd komt deze structuur hierop neer:
De leerkracht stemt het onderwijs in de groep zo goed mogelijk af op wat elk kind nodig heeft. Als een kind extra ondersteuningsbehoeften laat zien, dan bespreekt de leerkracht dit met de intern begeleider. Indien nodig wordt het kind aan de hand van het ontwikkelingsperspectief (OP) besproken in het ondersteuningsteam. De intern begeleider nodigt hierbij altijd de ouders en de leerkracht uit. In het ondersteuningsteam zoeken alle betrokken samen naar de juiste, passende begeleiding en ondersteuning.