Drie leerkrachten vertellen

Tijdens het bezoek stonden twee vragen centraal. Wat kenmerkt dit onderwijs en wat kunnen wij ervan leren? 

Helène Nagel, groep 2

“Het viel mij op dat het aanbod best wel overeenkomt met hoe wij dat doen in de kleuterbouw. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het woordenschatonderwijs en het gebruik van sensomotorisch materiaal. Ook de structuur herken ik. De kinderen zitten hier in een kleinere groep met meer begeleiding, dat maakt het anders. De houding richting de leerlingen spreekt me aan: het kind mag zijn wie hij of zij is. Een juf zei hoe ze met een kind omging. “Wil jij liever niet vertellen? Of liever wat later? Nou, dan doen we dat toch? Straks bij het fruit eten mag jij vertellen.” Zo bied je wat het kind nodig heeft, maar wel binnen de structuur.  

Een praktische idee dat ik meeneem is om een foto van een invaljuf te laten zien voor haar komst. Zo zijn ze goed voorbereid en overvalt het ze minder. Daarnaast heb ik mooi woordenschatmateriaal gezien, dat gaan wij nu misschien ook aanschaffen.” 

Arianne Ruitenberg, groep 5

“Het enthousiasme en de passie van de leerkrachten waren heel aanstekelijk, daar werd ik echt blij van. Een leerkracht gaf ons een opdracht en liet ons daarbij ervaren hoe het is om in een erg prikkelrijke omgeving te moeten werken. Ze ging heel druk doen, zette een muziekje op, gaf vage opdrachten en praatte voortdurend door de klas. “Hé, jij hebt een koptelefoon nodig, hè? Ja hoor, je mag er zijn!” En zo bleef ze doorgaan. Het was overweldigend, frustrerend en ik verloor mijn grip op de opdracht. Ik kon me echt verplaatsen in het kind in een chaotische omgeving, terwijl je als juf denkt dat het wel meevalt.”

Albert ten Voorde, groep 7

“De school heeft een visiehuis en dat staat ook echt als een huis. Het is concreet en terug te zien in de verhalen van de leerkrachten die we later spraken. De houding richting de leerling is: als een kind 10% heeft, vult de leerkracht aan tot 100%. Ik zie het als onze Bijbelse opdracht om zo onderwijs te bieden. De leerkrachten die we spraken denken in mogelijkheden. De kinderen kunnen het prima, alleen hebben ze wat meer handvatten nodig. Leerkrachten zien ze als normale kinderen die je gewoon als normale kinderen behandelt. En dat doen ze op een ontspannen manier. Ik denk vaak als een kind iets doet: “Wil ik dit gedrag keer dertig? Nee? Dan kap ik het af.” Hier denkt de leerkracht: “Stoort dit gedrag anderen? Nee? Dan laat ik het toe.” Dat relativeert het onderwijs, het geeft ontspanning als je niet overal op reageert.”